Het geluk van dieren

Ik denk dat veel mensen het geluk van een dier nastreven, bijvoorbeeld van een hert. Het lijkt tegenwoordig hip om te leven in het hier en nu en daarbinnen gelukkig te zijn. Op een bepaalde manier tevreden zonder context. Geluk zonder reflectie. Tevreden zijn in het nu, zonder een mentale filter.

Een belangrijk onderscheid tussen mensen en dieren is volgens mij dat mensen metacognitie hebben. Dat ze kunnen reflecteren op hun eigen handelen en daar een mening over kunnen hebben. Dat kunnen ze uitdrukken in woorden en daarin hun fantasie ook toepassen.

Het geluk van een dier is voor mij leeg. Te leeg in ieder geval. Het is een stilstaand nu zonder fantasie. Dat lijkt mij niet begerenswaardig. Het ontneemt wat mij betreft de menselijkheid van geluk. Ik denk ook dat dieren waarschijnlijk niet even gelukkig kunnen zijn als mensen.

Geluk kan juist een product zijn van metacognitie, reflectie en fantasie. Dat is geluk met context. Waarom zou ik dan het geluk van een hert nastreven?

Alain de Botton


Een van de eerste haltes in het begin van mijn zoektocht in de filosofie was Alain de Botton. Hij is de oprichter van the School of Life en filosoof. Inmiddels is hij volgens mij best beroemd. Ik las onder andere zijn roman ‘On love’ en filosofisch essay ‘How to think more about sex’. Er staan nog een aantal boeken van hem op mij to do lijst.

Hoewel de Botton prachtig kan schrijven en mooie analyses heeft van dagelijkse dingen, merk ik dat ik het steeds minder met hem eens ben naarmate ik meer lees en nadenk. Sowieso vind ik het een nadeel van filosofische essays dat ze weinig tegenspraak van het betoogde standpunt bevatten, waardoor het soms moeilijk is om als leek goed kritisch te lezen. Inmiddels ben ik dus bij Alain de Botton op het punt dat ik zelf regelmatig wat verweer heb.

Ik merk namelijk dat de Botton vaak uitgaat van de mens met een gebrek. Dat veel van onze verlangens, gedachten, keuzes en de moeite die we met dingen hebben voortkomen uit gebreken die we proberen op te vullen. Regelmatig worden deze gebreken gezocht in de vroege kindertijd en het onderbewuste. Ik ben nogal een tegenstander van Freud, dus in mijn ogen verklaart deze redenering niet alles.

Het maakt mensen juist bewuster van hun gebreken, ook als deze er eerst niet waren. En als je er dan vanuit gaat dat the School of Life mensen leert omgaan met deze gebreken, dan merk ik dat het bij mij weerstand geeft. Zoveel mensen zijn zoekende naar zingeving en oplossingen voor de problemen die ze hebben. Ik denk alleen niet dat dit op een prescriptieve manier opgelost kan worden. Deze voorgeschreven ‘oplossingen’ en manieren om te denken vind ik echter wel terug in de boekenserie van the School of Life, waarvan ik er nu een paar heb gelezen.

Ik ben het niet eens met die gang van zaken. Het stelt dat er bepaalde wenselijke manieren zijn van leven, denken, voelen en doen. Er wordt niet expliciet de uitspraak gedaan dat deze manieren universeel zijn, maar door de prescriptieve manier van ‘lesgeven in leven’ wordt dit wel impliciet gesteld. Daarmee lijken de Botton en de andere schrijvers van de boekenserie geen filosofen, maar docenten. Om zo de gebreken van hun leerlingen op te vullen. Daar geloof ik gewoon niet in.

Wat is de waarde van idealisme?

Ik ben nu ongeveer halverwege het boek ‘De ziel van de marionet’ door John Gray. Een enorm interessant filosofisch essay over de illusie van vooruitgangsdenken, vrijheid en controle. Ik merk dat ik het altijd moeilijk vind om het gedachtegoed van een filosofisch essay mezelf eigen te maken, maar gelukkig zet het boek me wel aan het denken.

Of ja, gelukkig? Ik vind het best een deprimerende boodschap. Gray stelt dat mensen vasthouden aan de illusie dat wij belangrijk en zinvol zijn, dat er een vooruitgang zit in de manier waarop wij denken en leven. Dat we het haast nodig hebben om in deze illusie te geloven, wanneer we deze illusie niet meer hebben is de keuze voor de dood snel gemaakt. Hierbij geeft hij vooral het voorbeeld van het gnosticisme; de overtuiging dat door het vergaren van ware kennis de mens zichzelf kan overstijgen en verlost kan worden.

Het zet me aan het denken over mijn eigen werk en manier van leven. Ik herken het wel dat ik in die illusie geloof, al denk ik niet dat we met veel vormen van de huidige wetenschap tot ware (of nuttige) kennis komen. Wel ben ik een idealist en streef ik door mijn werk en het informeren van anderen naar een betere wereld. De kleine controle die ik daarover heb voelt voor mij zinvol.

Ik begin me alleen wel af te vragen waarom ik dat zinvol vind. De dooddoener dat de wereld sowieso eindig is en alles dan niet meer uitmaakt vind ik niet erg. Ik leef dan liever  in een illusie van zingeving die mij gelukkig maakt. Maar wat als mijn idealisme me niet gelukkig maakt? Wat als ik meer geluk kan vinden zonder idealisme (of nalatenschap)? Voor mij heeft zingeving veel te maken met mijn idealisme en vooruitgangsdenken. Mijn leven is voor een heel groot deel mijn werk en de idealen die ik daarin heb.

Toch spendeer ik ook tijd aan het kopen van een nieuwe bank of nieuwe schoenen. Kan ik genieten van een hele dag aanmodderen met mijn vriend. Voor mijn gevoel heeft dat alleen minder zingeving. Ik weet niet of ik genoeg heb aan een heel leven zonder vooruitgang. Ook nu in mijn vakantie probeer ik zoveel mogelijk boeken te lezen en te leren, om zo ‘nuttig’ gebruik te maken van de tijd die ik heb. Maar wat als dat me niet gelukkig maakt?

Wat is de waarde van nu?

Ik vraag me af wat het nu is en wat de waarde ervan is. Tegelijkertijd is het alles en niets, dat is mijn eerste gedachte. Je kunt niet anders dan het nu. Alles is een voortdurend nu waar we niet aan kunnen ontsnappen. Het is ook niets, omdat het volledig ongrijpbaar is. Zodra je een nu in kaart probeert te brengen of wilt vasthouden, dan kan dat niet.

Voor mij is dit zo’n onwerkelijke gedachte. Gisteren zat ik nog een pannenkoek te eten in Kroatië, nu zit ik achter mijn computer in Nederland. Elke hap die ik van de pannenkoek nam, was daarna weer volledig weg uit het nu. Elke gedachte die ik nu heb, is daarna volledig weg. Alsof het voorbije nu een zwart gat is waar je nooit meer in terug kunt.

Je kunt er wel aan denken, maar dat denken doe je ook weer in een nieuw nu. Dat nu is daarna ook voorbij. Tijdens je slaap is er minder een bewustzijn van het nu. Er is alleen wel een nu, omdat je in je slaap niet een volledige tijd en ruimte in één oogopslag kunt aanschouwen. Het bewustzijn van een nu is alleen anders dan wanneer je wakker bent.

Dit is voor mij zowel een hele grote als een hele kleine gedachte. Ik kan me enorm gevangen voelen, maar ook enorm bevrijd. Het relativeert wel. Misschien is het dan ook een kunst om je niet meer gevangen te voelen in het nu. Om de vrijheid van het nu te voelen. Ik voel alleen aan mezelf dat ik dat momenteel niet omarm.

Een filosofen dieet

Ik bedacht me laatst twee dingen over eten, die misschien interessant zijn. Dus wie weet is het nuttig om ze op te schrijven.

1. Eten is een voorwerp

Soms begrijp ik niet waarom mensen het idee hebben dat ze wel ‘moeten’ snacken als er iets op tafel staat. Daarin lijken voedingsmiddelen voorwerpen te zijn die verheven zijn tot meer dan het wezenlijk is. Aardbeien zijn wat mij betreft net zo goed voorwerpen als post-its en kussens dat zijn. Ik zou zoveel voorwerpen in mijn mond kunnen stoppen, kauwen en doorslikken. Bij een kussen of post-it heb ik toch ook geen moeilijk bedwingbare neiging?

Volgens mij kun je de waarde van voedsel-voorwerpen relativeren door het te zien als voorwerpen als elk ander. Zo maak je waarschijnlijk ook minder de mentale koppeling met de smaak van het voedsel en trigger je minder een verlangen.

2. Eten is gemaakt voor je mond, daar houdt het op

Bij die smaak kom ik op een ander punt. De voedselindustrie is gericht op ‘lekker’. Zodra het voedsel en drinken je lippen raakt moet je in vrijwel extatische beroering raken. Oke, het moet dus ook een goed gevoel geven vanuit – even oneerbiedig gesteld – stofjes in je hersenen. En misschien moet het ook nog lekker voelen in je hand en er leuk uitzien. Als consument kun je bijna niet op tegen alle wetenschap die hierachter zit.

Zodra het eten verder is dan je mond en hand, houdt de geweldige lustopwekkende wetenschap op. Dat relativeert voor mij wel wat. Al het werk dat mijn lichaam daarna nog moet verrichten om die mond vol te verwerken is voor mij geen bewuste ervaring meer. De pret houdt dus op zodra ik heb doorgeslikt. Als dat nou de waarde is van de roomboter stroopwafel, dan is het opeens minder begerenswaardig…

Ben ik dan nog steeds mezelf?

In de zoektocht naar wat ik een identiteit of ik vind, wil ik eens proberen om te definiëren door weg te strepen. Misschien kom ik zo tot een begrip van wat een identiteit in wezen is. En wat niet. Misschien is dit vooral op gevoel gebaseerd, maar uiteindelijk kan ik mijn gevoel vanuit de rede vast wel verantwoorden. En misschien spreekt mijn rede mijn gevoel tegen. Het lijkt me een interessante zoektocht.

Ben ik nog steeds mezelf als ik:

geen relatie heb? Ja

ander werk heb? Ja

geen benen heb? Ja

een ander gezicht heb? Ja

geen ambities meer heb? Nee

andere talenten heb? Nee

niet op mannen val? Ja

geen bril heb? Ja

langer ben? Ja

kleinere borsten heb? Ja

doof ben? Ja

geen tattoos heb? Ja

andere ouders heb? Nee

van andere muziek houd? Nee

in het leger zit? Nee

andere overtuigingen heb? Nee

een man ben? Ja

In mijn antwoorden merk ik dat ik gevoelsmatig veel waarde hecht aan mijn manier van denken en voelen. Mijn kijk op de wereld. Dat staat voor mij los van mijn uiterlijk en veel van de dingen die ik doe. Het gaat mij er meer om of de dingen die ik doe een uiting zijn van mijn denken en voelen.

Ik besef me dat ik mezelf enigszins tegenspreek wanneer ik aangeef wel mijn identiteit te behouden als ik ander werk heb, maar dit niet behoud als ik in het leger zit. Ik denk dat er wel een grens zit aan het andere werk waarbinnen ik nog mezelf kan zijn. Ook hier merk ik dat mijn werk echt een uiting van mijn manier van denken en voelen moet zijn, dat ik er mijn ‘ei’ in kwijt kan.

Andere ouders – gegeven dat dit een enkel externe verandering was – zal voor mij wel een ander persoon maken, omdat mijn ouders een deel van mijn manier van denken hebben beïnvloed. Voor mij geldt ditzelfde voor meerdere invloedrijke mensen in mijn leven, zoals leerkrachten en relaties. Veel van die mensen spreek ik niet meer tegenwoordig, maar ze hebben de manier waarop ik naar de wereld kijk nog wel blijvend beïnvloed. Net als hypothetische andere mensen me in een andere richting hadden kunnen sturen.

Ik besef me dat ik hierdoor het concept van radicale verantwoordelijkheid en vrijheid niet volledig volg. Dat is nog iets om verder over na te denken, omdat ik het met dat idee tot dusver wel eens ben. Dat is het stukje rede wat nog verder uitgedacht mag worden!

Britney Spears spreekt egocentrische liefde tegen?

Waar ik eerder schreef over de grote mate van egocentrisme in de liefde, hoorde ik dit liedje dat het egocentrisme lijkt tegen te spreken. Ze zingt dat haar enige doel in het leven is om de ander gelukkig te maken. Ze kan zelfs niet leven zonder de liefde van een ander en plaatst zich in die zin tot ‘liefdesslaaf’ in een complete afhankelijkheidspositie.

In deze zin presenteert Britney Spears zichzelf als het ideale doelwit voor de egocentrische liefde van een ander. Ze is er wanneer hij wil en zal alles doen om zijn behoeftes te bevredigen.

Of toch niet? Ze zingt namelijk ook dat ze alles doet om zijn liefde weer te krijgen en graag weer bij hem wil zijn. In die zin gaat ze heel ver om bij de ander af te dwingen om haar weer liefde te geven, ookal wil de ander dit schijnbaar niet. Ze maakt een groots gebaar door haar autonomie op te geven (bezeten te worden) om maar de ander weer te bezitten.

Het liedje klinkt haast masochistisch. Ik kan me voorstellen dat dat vele harten sneller doet kloppen. Maar uiteindelijk lijkt het mij niet masochistisch, slechts een verkapte vorm van egocentrisme en egoïsme.

Keuzestress en het ik

Ik vraag me af wat het verband is tussen keuzestress en een gevoel van identiteit. Persoonlijk ondervind ik daar weinig problemen mee, maar ik merk dat veel mensen van mijn leeftijd (en ouder) verlamd kunnen raken van de hoeveelheid keuzes die ze ‘moeten’ maken over o.a. studie, beroep, geld, relaties. Het interessante hieraan vind ik dat je bij veel keuzes in het nu een keuze maakt voor jouw ik in de toekomst. Moeite met het maken van keuzes kan dus te maken hebben met de twijfel of jouw toekomst ik nog steeds blij is met de keuze van nu.

Om daar minder moeite mee te hebben is het volgens mij nodig om een gevoel van identiteit te hebben dat relatief constant blijft. Of deze identiteit nou wel of geen kern en/of verschillende rollen heeft. Als ik geen beeld heb van mijn toekomstige ik, weet ik ook niet hoe ik nu al voor die ik kan zorgen.

Klein voorbeeld: Als ik in het nu zou kiezen om criminologie te gaan studeren, maar mijn ik over een week/jaar/dag/uur bij de Hells Angels helemaal gelukkig zou worden, dan is de keuze van een studie enorm lastig. Dan kan ik eigenlijk nooit de keuze maken, want ik mis een doorlopende lijn van vertrouwen in wat er bij mij past. Als ik mijzelf zie als een persoon/ik die doorlopend veel van dieren houd, dan heb ik meer zekerheid dat ik gelukkig word van een studie diergeneeskunde.

Op een bepaalde manier heb je dus een soort doorlopende ik verzekering nodig om minder keuzestress te hebben. Dat klinkt wel leuk :)

Liefde lijkt egocentrisch

Ik vraag me af of mensen doorhebben hoe egocentrisch en vaak egoïstisch wij omgaan met liefde. In liefdesliedjes kan ik me hier enorm aan storen. We lijken vooral bezig met de volgende boodschappen:

– Ik ben verliefd op jou, dus ik wil bij je zijn

– Ik wil dat je van mij houdt, omdat ik van jou hou

– Blijf vooral heel dicht bij me, ongeacht wat je zelf voor leven hebt

– Ik zie jou als liefdesobject, ongeacht wat voor persoon je zelf bent

De belevingswereld van de ander lijkt – in ieder geval in liefdesliedjes – volledig onbelangrijk te zijn. Ik vraag me af of via deze boodschap de kwetsbaarheid van beide kanten wel belicht wordt. Het lijkt meer een kwestie van verlangen, lust, begeerte (eroos). Misschien is ons idee van liefde zo verstrengeld geraakt met consumptie en verlangen tot bezit, dat er in mindere mate een andere vorm betekenis heeft.

In zekere zin is een verbintenis vanuit liefde ook een bezit, zoals elke verbintenis. Misschien kom je er dan ook niet onderuit om liefde te koppelen aan bezit. Als je de liefde ten minste koppelt aan het aangaan van een verbintenis. Je kunt ook verliefd zijn zonder dat dit wederkerig is en/of zonder een relatie te hebben.

Ik vind het vragen van ‘verkering’ wel erg mooi. Je vraagt namelijk eerst toestemming om een verbintenis met iemand aan te gaan en de ander heeft het recht te weigeren. Als iemand die meer dan vaak genoeg hier geen toestemming voor heeft gekregen, zeg ik dit niet vanuit naïviteit. Ik besef me ook dat ikzelf egocentrisch ben in de liefde. Als ik niet meer in voldoende mate verliefd ben, dan verbreek ik de relatie. Ongeacht wat de ander daarvan vindt (al laat het me niet koud natuurlijk). Het is dus niet per se dat ik het egocentrisme erg vind. Ik stoor me alleen wel aan de ‘omdat ik het wil, moet jij ook’ boodschap.

Filosofen lijken het te weten

Ik vraag me af in hoeverre filosofen waar ik over lees écht weten. Het stoort me vaak dat ze in hun boeken een soort eindproduct publiceren van hun zoektocht. Dan wordt het vaak een ‘ontdekkingstocht’ genoemd naar een bepaald onderwerp. Ik merk alleen de tocht ervan niet echt. Dat vind ik jammer, omdat een dergelijk boek dan meer een stellingname wordt.

Op een bepaalde manier is dat wel filosofie en ergens ook niet. Het is vaak mooi onderbouwd en enorm leerzaam. Het mooie aan filosofie vind ik echter de uitwisseling van verschillend gedachtengoed en het mogen twijfelen. Juist het niet zeker weten van iets mis ik in filosofische essays. Dan mis ik ook een groot deel van het filosofisch denkproces.

Ergens zou een filosofisch essay dan net zo goed een tekstboek kunnen zijn zoals het in standaard onderwijs ook gegeven wordt. Weer een aanvulling op je kennis, in plaats van wijsheid. Het is wel een manier om wijsheid zelf op te bouwen. Zelf heb ik het gevoel dat ik daar dan alsnog de twijfel en contact met anderen voor nodig heb.

Daardoor heb ik enorm zin in Lowlands! Ik ga lekker in het Filosofisch Café zitten en met vreemden filosoferen. Hopelijk kan ik dat alles goed vasthouden om er later nog iets mee te kunnen. Vorig jaar had ik een eerste gesprek daar over ‘wat is loslaten?’. Heel interessant, maar de rest van de gesprekken kan ik me niet meer herinneren, jammer. Anyway, ik heb zin om weer samen met mensen te twijfelen!

Follow my blog with Bloglovin